Duurzaamheid of deugbadge?!

Hoe langer de ‘groene-beweging’ aktief is, hoe meer verschillende definities van duurzaamheid ik voorbij zie komen. Van de meest fantastische van mijn ecobouwer & permacultuurcollega’s tot aan greenwashing in meerdere lagen! Vandaar deze blog om je te helpen het verschil te blijven zien.

Beginnend met mijn ecobouwer

Mijn ecobouwer, die ruimte op zolder (van schuur-achtige opslagplaats) naar meer veelzijdig bruikbare ruimte gaat veranderen, heeft zijn eigen definitie van duurzaamheid. Hij gaat met behulp van takken kasten maken om een boomhutambiance te creëren.

Ik vroeg hem of hij het hout van enkele kasten/rekken die ik voor de gelegenheid had gedemonteerd, plus overgebleven vloerdelen en andere restjes hout, kon gebruiken voor de meer passende kasten die hij er gaat timmeren.

Nu zou je wellicht verwachten dat er dan een reactie zou komen van het soort Poeh, wat een gedoe!

Maar nee, zijn gezicht lichtte zichtbaar op. Hij bewonderde het hout uitgebreid, en zei: Dit is wat ecobouwen voor mij is! Gebruiken wat er al is en zo min mogelijk nieuw materiaal gebruiken. Hij en zijn collega verwerken hiernaast dus ook takken en stammen van veilingen of het bos waar een van hen woont, en dat geeft dan heel natuurlijke kunstwerkachtige bouwwerken. Mogelijk gaan zij op een gegeven moment ook de na ongeveer twintig jaar versleten rugpijnzitbank in de woonkamer vervangen door zelfbouw: maatwerk zelfbouw waarvan je gewoon enkel de kussens kunt vervangen als die verslijten, zodat je niet de hele bank hoeft weg te gooien als de kussens vesleten zijn!

Met dan daarnaast een tak van een boom waar de kat in kan klimmen, waar een tafeltje in verwerkt wordt, en die de doosvormige woonruimte ook een beetje meer een boomhut laat zijn : )

Hun bedrijf heet The Greenman Project (niet nu meteen allemaal opdrachten aan hen geven hè, mijn klussen moeten nog af 😉

Definities van duurzaamheid

Meer leven creëren is een definitie van duurzaamheid die ik in oudere permacultuurliteratuur tegenkom en die me nog altijd aanspreekt. Oftewel de totale hoeveelheid verbonden leven vergroten. Door bijvoorbeeld voedsel uit een voedselbos, lokaal gemengd kringlooplandbouwbedrijf, agroforestry-aanplant en biodiverse tuinderij te halen, draag je bij aan het creëren van meer leven. Terwijl je, als je voedsel uit monoculturen komt, soort van achteruit boert omdat daarvoor steeds de dieren van en in het land worden weggejaagd en omgelegd, hoeveel keurmerken er ook op zitten. ’t Is een beetje als het verhaal van de aap en de gouden ring en het varken met lipstick op.

Inmiddels zie ik dus steeds meer definities van duurzaamheid voorbijkomen. Wat daarbij op kan vallen is dat de modernere vaak ‘reductionistischer’ zijn, bijvoorbeeld afgemeten in hoeveelheden van één of enkele stofjes. Minder van dat stofje wordt dan gezien als duurzamer. Maar als je meer naar het geheel kijkt (wat een ecosysteem altijd is) kan je een heel ander beeld te zien krijgen. Kijkend naar het geheel krijg ik steeds meer de indruk dat we sinds de komst van de computer, ja zo een ding waar ik nu dit verhaal op tik, doorgeschoten zijn in het maken van reductionistische grafieken en tabellen, in het maken van steeds gecompliceerdere berekeningen die evengoed de ecologische complexiteit uit het oog verliezen.

En dat doorschieten hè, dat mogen we een beetje los gaan laten in mijn ogen, hoe begrijpelijk het ontstaan ervan ook is, loslaten met mildheid dus, zonder in verdeel & heers-vallen verstrikt te raken oftewel weer doorschieten in een andere richting en daar allerlei heftige verwijten aan koppelen.

Zo begrijp ik bijvoorbeeld wel hoe de opkomst van de industriële landbouw met haar monoculturen van vele hectares van een en hetzelfde plantje, en megastallen met een en hetzelfde diertje, is ontstaan. Het was logisch in het moment om een snelle manier te zoeken die honger op korte termijn op kon lossen. Maar we schoten door en creëerden massa’s van eten dat eveneens weer voor ondervoeding zorgt: het is als het eten van een papje van graszaad in een hongersnood om tijdelijk het hongergevoel te stillen maar wat uiteindelijk niet echt helpt omdat het niet voldoende diverse voedingstoffen bevat waar het lichaam wat mee kan.

Het is nu dus weer tijd om passend bij de principes van permacultuur ons weer meer te richten op de snelheid van de natuur, die geringer is dan het jachtige moderne leven. Tijd voor kringlooplandbouw met agroforestry, mest van eigen land of van de buren, voedselbossen en meer. Zo creëren we weer voedsel dat daadwerkelijk voedt, dat zowel de ecosystemen op het land voedt, als de ecosystemen (mensen) die ervan eten. En het mooie, zoals ook beschreven in het werk van bijvoorbeeld Mark Shepard en Joel Salatin, is dat je in dergelijke systemen ook je bouwmaterialen kunt kweken, ze ontstaan deels al als bijproduct en je kunt er naar je behoefte je systeem uiteraard wat op aanpassen.

Meerdere laagjes greenwash aanbrengen

Een recent voorbeeld waarvan ik dacht: Hé, wacht eens even, hebben ze hier nu meerdere laagjes greenwash aangebracht?! is het volgende. Mij werd herhaaldelijk en met veel aandringen gevraagd, een petitie te tekenen voor het stimuleren van de kweek van Hennep op een nieuwe wijze. Het ging om aquacultuur, die aangelegd zou worden volgens heilige geometrie en met behulp van electrocultuur. Nu heb ik niets tegen heilige geometrie en het experimenteren met electrocultuur, maar in dit project zag ik het als laagjes greenwash want ja die teeltwijze hè, want wat was namelijk het plan?

Een enorm gebouw bouwen, daar bakken water in en daar dan voedingsstoffen in en daar dan in monocultuur eko hennepplantjes in, die dan op kunstlicht zo snel mogelijk geoptimaliseerd groeien… Oftewel een voorbeeld van eko zonder ecosysteem, met eko/bio keurmerk als ‘deugbadge’. Tja jongens, gezien de teneur in menig opiniestuk kan het gebeuren dat men momenteel denkt dat de mens zich niet moet mengen in de natuur en zich juist zo veel mogelijk in stedelijk gebied en industriële voedselteelt moet bewegen, maar Permacultuur laat juist zien hoe je natuurlijker kan leven en de natuur kan verrijken met jouw aanwezigheid.

Dit soort dingen zijn een reden waarom ik bij de aanschaf van het deel van mijn voedsel dat ik niet zelf kweek meer belang hecht aan of het lokaal is geteeld door een teler waarvan ik het verhaal ken, daar achter kan staan, en waar ik langs kan gaan, dan of het een keurmerk heeft. Uiteraard hebben keurmerken een functie, vooral als de afstand tussen de producent en de consument eigenlijk te groot is, en ja dan kan ik in een winkel de voorkeur geven aan eten met biokeurmerk, maar ik merk in de praktijk dat dit systeem na een tijd piept en kraakt, zo kunnen de tofste lokale telers het vaak niet betalen (de uitdijende bureaucratie maakt het onbetaalbaar voor ze) en hoor ik de mensen die duurzaamheid in hun haarvaten hebben zitten zoals mijn ecobouwer er nooit over. En op hun website staan ook helemaal geen deug-badges, terwijl ze in mijn ogen een pak duurzamer zijn dan clubs met hele verzamelingen aan ‘deugbadges’ die eigenlijk een doorgeschoten vorm van marketing zijn geworden, of doorgeschoten regie-lust! “Not all hero’s wear capes” denk ik dan.


Superkans

Ik raad je dus aan om die toffe lokale projecten die mogelijk geen keurmerken hebben een kans te geven, en de supermarkt die helemaal zo super niet is, vaker te mijden. Want het lijkt ergens snel, zo’n fenomeen, maar het is in mijn ogen zeer de vraag of het op de lange termijn wel zo ‘snel’ is. Voor mij betekent dit ook dat ik steeds meer met de seizoenen eet, meer groente en fruit in het groeiseizoen, en eigen fruitleer, ferments en zo, en wat meer lokaal vlees van kringlooplandbouw in de winter. Nu kan dat voor iedereen een beetje anders zijn, ik geloof niet in één dieet dat het meest geschikt is voor iedereen, maar het is wel een richting, en ik zie dat veel voedseluitdagingen zoals overgevoeligheden voor bepaalde voedingsmiddelen, en de nadelen van vleeseten (uit tabellen) uiteindelijk monocultuurproblemen zijn. Daarom poog ik het deel van mijn dieet dat uit monoculturen komt, steeds verder terug te dringen. Dat is (een deel van) mijn oplossing voor de uitdagingen van deze tijd.

Marankes blog

Maranke Spoor is een permacultuurpionier die voorop liep in de permacultuurbeweging in Nederland. Zij heeft na jaren studie waaronder een internationale permacultuurdocentenopleiding in Denemarken en werken in en aan de permacultuurbeweging, in 2010 een juridische carièrre aan de wilgen gehangen, om zich volledig in te zetten voor permacultuur.

“Ik heb sindsdien in diverse cursussen en opleidingen inzake permacultuur en voedselbossen, duizenden permaculturisten opgeleid in Nederland.

Ik vertaal & bewerk ook standaardwerken over permacultuur op grote & kleinere schaal, waaronder het boek Herstellende landbouw van de internationaal zeer bekende permaculturist Mark Shepard. Van de Nederlandse versie van Herstellende landbouw is inmiddels een derde druk verschenen.

Naast mijn educatieve werk adviseer ik permacultuurondernemers. Mensen die vooroplopen op het pad van de herstellende landbouw. Eetbare ecosystemen die natuurwaardes met voedselproductie combineren, zijn heel gepast in een land waar ruimte schaars is & hoe dan ook logisch om te doen als je kijkt naar langdurig succesvolle beschavingen.

De rode draad in mijn loopbaan is onderwijs. Ik heb een levenslange passie voor natuur, recht en permacultuur. Als kind maakte ik al herbaria en was ik graag in de tuin bezig.

Ik heb inmiddels veel studenten met zeer diverse achtergronden aan mij voorbij zien trekken. We hebben veel van elkaar geleerd.

Ik ben sinds 2013 voorzitter van Stichting Permacultuur Onderwijs. Ik ben tevens initiator van www.weggeefwinkels.nl.”

Maranke Spoor heeft ook een eboek voor je geschreven en geïllustreerd! Het heet Permacultuur, Wat is dat!?.

Meer lezen?