De bodem watergeven, niet de plantjes

Het internationale jaar van de bodem herinnerde me eraan dat ik een blog wilde schrijven over
de bodem. De basis. Meer specifiek over de bodem watergeven. Bij deze!

De bodem is een levend wezen… Schep je een dessertlepel gezonde grond op, dan zitten hier meer levende wezens in dan er mensen op aarde zijn.

400px-Watering-can-green

En alles wat leeft, eet! En drinkt…

Daarom let ik er tegenwoordig in onze tuinen op, of de bodem genoeg te eten en te drinken heeft.

We geven dus niet langer de plantjes water, nee nee, als het nodig is (en ook enkel dan) geven we de bodem water!

Bodemleven dat te weinig te eten en te drinken heeft krijgt namelijk weinig kinderen, met alle gevolgen van dien voor de bodemvruchtbaarheid, en daarmee voor de planten die erin groeien.

Ik denk dus vanuit de bodem en niet rechtstreeks vanuit de plant. Zoals gangbaar (maar stukje bij beetje op zijn retour) zou ik kunnen denken: Hoeveel voedingsstoffen hebben de planten nodig die ik heb neergezet? Zijn die er niet in voldoende mate? Dat koop ik precies die stofjes in en geef ze aan de plant, en als een plantje slaphangt dan geef ik hem water.

Maar hoewel ik zo ongeveer een extra zintuig heb voor slaphangende plantjes (ik kan ze vanuit een ooghoek geobserveerd hebben en dan even later als in een soort van gehypnotiseerde toestand alles wat ik aan het doen was onderbreken om vervolgens te bemerken dat ik deze planten aan het watergeven ben…) is plantjes watergeven, zoals je al voelt aankomen, niet mijn gebruikelijke werkwijze…

In plaats daarvan probeer ik eraan bij te dragen dat er voor het bodemleven een aangename hoeveelheid vocht beschikbaar is. Extremen probeer ik te helpen voorkomen, en dat is soms best een uitdaging. In ons voedselbos dat bijvoorbeeld ook in ‘Permacultuur in je Moestuin’ afgebeeld staat, is de watersituatie een tamelijk uitdagende, Op een pak veen ligt een laag rivierklei, van het soort waarmee je iemand een gat in de kop kunt gooien als je een klompje in de zon laat drogen… En voordat onze vaste planten (zie deze vorige blog van mij) daar werden geplant was het 40 jaar een zeer regelmatig omgespitte moestuin geweest. Een tuin ook waarin elk jaar allerlei voedingsstoffen en ‘gewasbeschermingsmiddelen’ werden opgebracht. Toen we het gekocht hadden, vonden we er nog van alles, waaronder een flesje ‘mollendood’, een giftige cocktail bedoeld om de Koning van het Bodemleven om te leggen. Toen we de verzameling chemicalieen uiteindelijk maar inleverden bij de gemeentereiniging keek de medewerker ontzettend vies bij het flesje mollendood, waarop de volgende aanprijzing stond: “Veroorzaakt dood in mens en dier!” Hij moest een collega erbij roepen die de sleutel had van het kistje voor hypergevaarlijke stoffen,; daarin is het tot nadere verwerking veilig opgeborgen. En wat waren wij blij dat we de ‘apotheek’ daar konden afgeven.

Scheuren in de klei
Scheuren in de klei

De bodemstructuur in die tuin deed me ontzettend denken aan een plaatje uit The Earth Care Manual: een tekening van kleigrond met een erg slechte structuur. Grofweg hele dikke klonten klei met daarbovenop een soort van poeder, met nauwelijks samenhang. Bij het hier en daar graven in die tuin, vonden we nauwelijks tekenen van leven. Sommige stukken waren zo slecht dat je op een vierkante meter niet 1 regenworm vond, en als je er iets zaaide, maakt niet uit wat, dan kiemde het niet.

Als reactie daarop hebben we enorme hoeveelheden organisch materiaal toegevoegd aan deze tuin van 250m2. Een vrachtwagen compost, jaar in jaar uit heel veel kruiwagens met houtsnippers, en wat we maar te pakken kregen aan snoeisel en maaisel en zelfs halfverrotte boomstammen. Het ene jaar, als we zo veel tijd en energie hadden, sleurden we wel 15 kuub naar deze tuin, het andere jaar misschien 2 of 3. Zo ging het een jaar of vijf, zes, zeven. In de tussentijd merkte ik gelukkig al vlot dat dit een reparerende werking had. Niet dat we alles zomaar overal neerpleurden: de boomstammen dienen als extra bankjes om op te zitten, en nu ze bijna zo ver zijn verteerd dat ze daar niet meer toe kunnen dienen, verhuizen ze gewoon naar een hoek waar een stel bessenstruiken via het bodemleven het resterende hout kunnen opsnoepen.

Halfverteerd hout is gunstig voor insecten en naarmate het verder verteert voegt het organisch materiaal toe aan de bodem, wat goed is  voor de waterhuishouding
Halfverteerd hout is gunstig voor insecten en naarmate het verder verteert voegt het organisch materiaal toe aan de bodem, wat goed is voor de waterhuishouding

Hetzelfde geldt voor enkele eikenstammetjes, die doen voorlopig dienst als extra bijzettafeltjes, terwijl ze langzaam door schimmels worden voorverteerd tot ze uiteindelijk, over ca. tien jaar, aarde zullen zijn geworden. De houtsnippers hebben we ook op een systematische wijze in de bodem verwerkt, lees maar.

Uitgegraven paden, vervolgens gevuld met houtsnippers, als vochtbuffer
Uitgegraven paden, die gevuld gaan worden met houtsnippers

Ik groef meteen in het eerste jaar de paden 15 à 20 centimeter diep uit en vulde ze op met houtsnippers. Een hoop werk, maar het zorgde er al vrij vlot voor dat de watersituatie minder extreem werd.

De houtsnippers kunnen een hoop water aan, waardoor onze tuin al snel veel minder, of zelfs helemaal niet meer blank stond op dagen dat in andere tuinen zelfs de teeltbedden blank stonden.

Watersla  ; )
Watersla ; )

En bij droogte zaten er bij ons al vlot wat minder scheuren in de klei. De houtsnipperpaden fungeren dus als waterbuffer. En inmiddels, zo’n zes jaar later, zit er steeds meer leven in de bodem en plekken waar niets wil groeien zijn er gelukkig allang niet meer! De compost en de houtsnippers, en het ter plekke neerleggen van snoeisel (mulch) zijn ook het favoriete eten van het bodemleven, dat hierdoor meer kinderen kan krijgen. Waardoor de bodemvruchtbaarheid stijgt, waardoor de planten het beter hebben.

Opvangbassin (greppel) als waterbuffer


Opvangbassin (greppel) als waterbuffer

Er ontstaat kortom een opwaartse spiraal. Hierdoor is het bijvoorbeeld pas na vele weken droogte nodig om de bodem water te geven. En waar er eerder niets wilde kiemen, redden de planten zich nu prima zelf.

Het voedselbos dat in deze blogpost beschreven staat. Foto 1 juni 2015


Het voedselbos dat in deze blogpost beschreven staat. Foto 1 juni 2015

Het toevoegen van organisch materiaal (snoeisel, snippers, compost enzovoort) heeft ook op zandgrond een middelende werking: het water loopt minder snel weg omdat het wordt opgeslagen in het sponsachtige organisch materiaal en in de ongelijke structuur van grote tot kleine bodemdeeltjes. Want als alle deeltjes meer gelijkvormig zijn, spoelt het water sneller weg en zitten er ook minder toevallig ontstane ‘gaatjes’ met lucht, zuurstof, in de grond. Water loopt doorgaans veel vlotter weg op zandgrond dan op kleigrond.

Als we watergeven, geven we liever veel ineens dan dat we iedere dag een klein beetje. Het regent hier immers ook niet iedere dag. En we willen voorkomen dat de plantenwortels ‘lui’ worden doordat er steeds in de bovenste bodemlaag water is en de wortels dáár blijven en niet de diepte in gaan reiken.

Watergeven - Niet steeds een beetje

Het zal je misschien verbazen maar dit verhaal over het watergeven van de bodem, en het belang van veel levende wezens in de bodem gaat ook op voor de heel kleine schaal, tot bloempotten aan toe, zo blijkt uit praktijk en theorie.

Mijn collega Lucas Brouns interviewde een gespecialiseerde wetenschapper aan een landbouwuniversiteit over bodemleven, en het belang daarvan op de grote en op de kleine schaal. Wat blijkt? Bodembeestjes in een bloempot kunnen vrij goed tegen de kou, zeker als ze het kunnen voelen aankomen, maar ze kunnen niet tegen uitdroging! Voor leven is water immers noodzakelijk (dat wist je al inderdaad). Daarom is het extra van belang om de bodem in bloempotten een beetje vochtig te houden. Om elk gronddeeltje (een korrel zand, een plaatje klei, enzovoort) ‘hangt’ een microscopisch dun laagje water. Het water zit dus om elk bodemdeeltje heen, als een ‘filmpje’ op nanometer-schaal. De ruimte tussen de bodemdeeltjes bevat zuurstof. En waar er water en zuurstof zijn, daar kan leven bestaan, zoals je weet.

Het watergeven van potten en bakken moet sowieso al veel vaker dan bij een tuin in de vollegrond, vanwege het relatief geringe volume van een bloempot, ook al is het nog zo’n grote pot… En omdat de wind langs de zijkanten strijkt en het vocht meeneemt. Om ervoor te zorgen dat het bodemleven in bloempotten blijft floreren, geeft Lucas ze daarom altijd water: of er nu een plant in staat of niet, en ook in de winter een heel klein beetje. De grap van dit alles is dat planten die dan in een dergelijke pot worden geplant, vaak opvallend floreren. Life creates conditions for life! Een feestje voor mij om die prachtige, overduidelijk levende grond aan te treffen als ik in het vroege voorjaar in de tuin aan de slag ga.

Bedenk altijd dat iedere schaal zijn eigen werkwijze heeft (maar dat is een mooi onderwerp voor een andere blogpost).

Ook wat betreft voeding voor planten geef ik niet rechtstreeks de planten te eten, zoals het geval is bij kunstmest. Dan sla je namelijk de bodem over… Ik heb dat in dit interview uitgelegd voor de EO-tv (van de 6e tot de 11e minuut).

Dus van nu af aan zeg ik niet meer: “Ik ga de plantjes watergeven”, maar: “Ik geef de bodem water” (en dat dus niet te vaak, want dan verdwijnt de zuurstof eruit: niet zompig maar vochtig is voor veel planten een goede maatstaf, tenzij je moerasplanten kweekt, wat ik ook wel doe hoor aangezien ik momenteel in een moeras-achtige omgeving woon ten noordwesten van Utrecht 😉

Hier plant ik een Krulrus, een vochtslurper annex sierplant


Hier plant ik een Krulrus, een vochtslurper annex sierplant

Marankes blog

Maranke Spoor is docent permacultuur, tegenwoordig ook in de interactieve permacultuur webschool van Stichting Permacultuur Onderwijs. Maranke begon al op jonge leeftijd als tuinier. Op elke plek waar ze woonde zorgde ze al snel voor een eetbare siertuin: op balkon en dakterras, in schooltuin en moestuin. Maranke is opgeleid als jurist, een beroep dat ze o.a. in de vorm van docent recht tot 2010 uitoefende, is initiator van www.weggeefwinkels.nl en sinds 2010 docent permacultuur. In die hoedanigheid verzorgde ze reeds vele opleidingen op het gebied van permacultuur/voedselbossen. Verder is ze sinds 2013 voorzitter van Stichting Permacultuur Onderwijs, vertaalde en bewerkte ze samen met haar collega Lucas Brouns Engelstalige permacultuur literatuur (Herstellende Landbouw van Mark Shepard en Permacultuur in je moestuin van Christopher Shein) en is ze illustrator en auteur, van: ‘Permacultuur, Wat is dat!?’, een eboek dat in juni 2015 is verschenen.

Een permacultuurcursus online, kan dat wel?

Hoewel ik, Maranke Spoor, nooit een verklaard tegenstander ben geweest van online leren, was ik behoorlijk sceptisch toen ik een online permacultuurcursus tegenkwam. “Als er nu íets is wat je niet online kunt leren!”… was mijn eerste gedachte. Ik had eerlijk gezegd grote vooroordelen hierover. Maar het bleef door mijn hoofd spoken, en uiteindelijk won mijn nieuwsgierigheid het van mijn scepsis en schreef ik me in. Het was ook wel erg handig om eens niet te hoeven reizen voor een cursus. Omdat ik zelf lesgeef valt het bovendien vaak lastig te plannen. Maar deze cursus kon ik in mijn eigen tijd doen, wanneer ik er maar zin in had! Dat was toch wel erg verleidelijk, en bovendien waren de kosten een stuk lager dan van een cursus op locatie. Over de zinnigheid van een online permacultuurtraining bleef ik erg kritisch overigens.

7 Ontwerp van patroon naar details

Deze online training verbaasde me eigenlijk behoorlijk, en wel in positieve zin. Het was geen aaneenschakeling van youtube-filmpjes die ik zelf ook wel kan vinden en die me, al dan niet na eindeloos gedwaal online, doen denken: “Hou op, ik wil zelf naar buiten!” Nee het was een heerlijk afwisselend en gestructureerd geheel, met allerlei opdrachten, ook opdrachten die me naar buiten stuurden! Ik kon ze doen in het natuurgebiedje aan de rand van onze wijk en in de eigen tuin! Daarvan deed ik dan puntgewijs verslag, met fotos en schetsen. En daarop kreeg ik dan feedback van de ervaren docent, die vlot doorhad dat ik geen beginner meer was en die zijn feedback daarop aanpaste. Heerlijk vond ik het.

De individuele begeleiding was bij deze online training uiteindelijk een stuk beter dan ik gewend ben in een cursus op locatie. En als we tussendoor een vraag hadden die niet door het lesmateriaal werd beantwoord dan konden we die stellen op het cursusforum, een lekker rustig forum waar je altijd gericht antwoord kreeg, als niet van de cursisten dan wel van de docent, en soms van beide natuurlijk.

Het lesmateriaal zag er sober uit, maar vond ik kwalitatief erg goed, en heerlijk gestructureerd. Dit hielp het leerproces flink versnellen ten opzichte van vrij surfen. Want ja de informatie is er wel online, maar maak maar eens een keuze zonder daar uren, dagen, maanden mee bezig te zijn. Het fijne was ook dat ik bijvoorbeeld als het maar bleef regenen die ene les nog eens kon teruglezen… of als ik geen zin had in lezen, naar de opgenomen stem van de docent kon luisteren, en plaatjes kijken.

Ik raakte steeds meer overtuigd van mijn eigen ongelijk aan het begin… het kan wel, een online permacultuurcursus. Natuurlijk zijn er zeer veel verschillende vormen van online cursussen, en natuurlijk zijn er verschillen tussen mensen die ervoor zorgen dat het de een meer bevalt dan de ander, dat blijf je altijd houden. Diversiteit: niks mis mee.

Ik heb wel de indruk dat bij een online training de docent haast nog belangrijker is dan bij klasikaal onderwijs. De docent dient ervaren te zijn, over veel didactische kwaliteiten te beschikken en veel aandacht te schenken aan de cursus, waardoor het uiteraard niet gratis is allemaal maar wel goedkoper dan klassikaal onderwijs, zelfs in een variant met meer begeleiding!

Kortom een goed gestructureerde online permacultuurtraining verzorgd door ervaren docenten, die je op jouw niveau feedback geven op jouw observatie-, ontwerp- en onderzoeksopdrachten kan niet alleen prima werken maar er vaak zelfs voor zorgen dat je in kortere tijd meer leert.

Nu ik zo van mening veranderd ben, ben ik ook niet te beroerd om zelf een permacultuur webschool te beginnen, waarin je online je pdc kunt halen, helemaal in het Nederlands, en door de meer individuele aanpak nog geschikter voor zowel beginners als gevorderden.

Hoe dit aansluit bij de wensen van onze cursisten van de afgelopen 5 jaar kun je lezen in mijn pas verschenen eboek ‘Permacultuur, wat is dat?!’.

Meer weten?

Naar de pagina over de webschool
(Daar vind je ook de link naar mijn eboek.)
Contactadres: webschool@permacultuuronderwijs.nl

Marankes blog

Maranke Spoor is docent permacultuur, tegenwoordig ook in de interactieve permacultuur webschool van Stichting Permacultuur Onderwijs. Maranke begon al op jonge leeftijd als tuinier. Op elke plek waar ze woonde zorgde ze al snel voor een eetbare siertuin: op balkon en dakterras, in schooltuin en moestuin. Maranke is opgeleid als jurist, een beroep dat ze o.a. in de vorm van docent recht tot 2010 uitoefende, is initiator van www.weggeefwinkels.nl en sinds 2010 docent permacultuur. In die hoedanigheid verzorgde ze reeds vele opleidingen op het gebied van permacultuur/voedselbossen. Verder is ze sinds 2013 voorzitter van Stichting Permacultuur Onderwijs, vertaalde en bewerkte ze samen met haar collega Lucas Brouns Engelstalige permacultuur literatuur (Herstellende Landbouw van Mark Shepard en Permacultuur in je moestuin van Christopher Shein) en is ze illustrator en auteur, van: ‘Permacultuur, Wat is dat!?’, een eboek dat in juni 2015 is verschenen.

Vaste planten eten

In Feb-Mei de maanden waarin moestuiniers vaak geen oogst meer hebben, de boerenkool, prei raakt op, en de zomergroentes zijn nog niet oogstklaar… smul ik van vaste planten die dan alweer flink gaan groeien… Onze volkstuin is immers een voedselbosje, een vasteplantentuin dus. Bij ons huis (in onze zone 1) kweken we ook altijd wel wat eenjarigen, maar onze volkstuin (waarvan diverse fotos te bewonderen zijn in het boek Permacultuur in je moestuin) is een vaste planten paradijs. Wel zo handig want dit vraagt veel minder onderhoud dan eenjarig spul al was het maar omdat je het niet elk jaar op nieuw hoeft te zaaien.

In juli heb je dan weer lekker snoeisel van je druiven om van de jonge blaadjes dolma's te maken!

In juli heb je dan weer lekker snoeisel van je druiven om van de jonge blaadjes dolma’s te maken!

Dat je eenjarigen elk jaar opnieuw moet zaaien, zorgt ervoor dat er in de voorjaarsmaanden (feb-mei) nog weinig te oogsten valt in de eenjarige moestuin: de zaailingen moeten eerst kiemen en dan beginnen met groeien. Terwijl de vaste planten al flinke wortels hebben van waaruit ze meteen flink aan de groei kunnen geraken op het moment dat de omstandigheden er geschikt voor zijn.

In een (voedsel)bos heeft die vroege groei ook als voordeel voor de lagere vaste planten dat ze van het zonlicht kunnen profiteren voor de bomen en struiken weer volop in het blad zitten. Ze maken dus slim gebruik van deze niche in de tijd. Het is, net als de herfst waarin veel vruchten rijpen, een toptijd voor een voedselbosbouwer…

Middenin de zomer daarentegen valt er in een moestuin doorgaans meer te oogsten waardoor de combinatie moestuin/voedselbos een mooie is. Heb je een stuk land waar je zowel een voedselbos als een moestuin wilt, zorg er dan voor dat de moestuin, daar waar de eenjarigen gekweekt worden, de zonnigste plek krijgt. Eenjarige groentes zijn namelijk doorgaans pionierplanten, die nauwelijks schaduwtolerant zijn.

Naast zeer veel wat minder bekende vaste planten die in voedselbossen worden aangeplant zoals bijvoorbeeld aardkastanje, sneeuwvlokkenboom, of augurkenstruik, zijn er ook heel bekende vaste planten die veel mensen tot hun afgrijzen al in hun tuin of omgeving hebben groeien geschikt voor een vroege oogst. Zevenblad (ook genaamd tuindersverdriet) is een van mijn favoriete groentes. Dit gebruik ik bijvoorbeeld voor alles waar ik ook peterselie voor zou kunnen gebruiken (het is er naaste familie van en is zowel rauw als gekookt eetbaar voor mensen). Verder groeit peterselie niet zo goed daar waar ik nu woon… en dan denk ik op een gegeven moment: Waarom steeds proberen dingen dood te maken die hier willen leven (zevenblad) en dingen met kunst en vliegwerk in leven proberen te houden die hier dood willen gaan (peterselie). De smaak van jong zevenblad vind ik heerlijk en ik gebruik het werkelijk voor van alles, van soepen en sauzen tot stampotjes. Van de overvloedige oogst in het voorjaar droog ik een deel en dat gebruik ik de rest van het jaar.

Voor vaste planten is heel veel minder grondbewerking nodig, wat erg handig is voor de koolstofcyclus van onze planeet. Lees hierover meer op deze pagina over het boek Herstellende Landbouw!

Meer leren over wat je met vaste planten kan doen?

Ik heb nog meer blogposts geschreven over dit onderwerp: PermacultuurOnderwijs.nl/MarankesBlog/

Marankes blog

Maranke Spoor is docent permacultuur, tegenwoordig ook in de interactieve permacultuur webschool van Stichting Permacultuur Onderwijs. Maranke begon al op jonge leeftijd als tuinier. Op elke plek waar ze woonde zorgde ze al snel voor een eetbare siertuin: op balkon en dakterras, in schooltuin en moestuin. Maranke is opgeleid als jurist, een beroep dat ze o.a. in de vorm van docent recht tot 2010 uitoefende, is initiator van www.weggeefwinkels.nl en sinds 2010 docent permacultuur. In die hoedanigheid verzorgde ze reeds vele opleidingen op het gebied van permacultuur/voedselbossen. Verder is ze sinds 2013 voorzitter van Stichting Permacultuur Onderwijs, vertaalde en bewerkte ze samen met haar collega Lucas Brouns Engelstalige permacultuur literatuur (Herstellende Landbouw van Mark Shepard en Permacultuur in je moestuin van Christopher Shein) en is ze illustrator en auteur, van: ‘Wat is permacultuur?’, een eboek dat in juni 2015 is verschenen.